Toespraak Holocaust herdenking – Lex van der Helm
Dames en heren, geachte aanwezigen,
in het bijzonder Opperrabbijn Jacobs en burgemeester Pieter Verhoeve. Uw aanwezigheid, uw betrokkenheid, toont het belang van deze herdenking, niet alleen voor de bescheiden Joodse gemeenschap in Gouda, maar voor alle gouwenaars.
We zijn hier vandaag voor de Holocaust herdenking. Het woord ‘Holocaust’ komt uit het Grieks en betekent letterlijk ‘brandoffer’. Een offer is een gift aan G’d en voor velen is dat geen passende associatie met de zinloze vernietiging waar het op doelt. In joodse kring wordt daarom in plaats daarvan gesproken van ‘שואה’ Shoah – wat zich laat vertalen als ‘catastrofe’.
We herdenken hier de 390 stadsgenoten die in de Shoah werden vermoord. U herdenkt misschien ook eigen familie van elders, zoals ik mijn grootouders, mijn oudooms en tantes omgekomen in Bergen-Belsen en Auschwitz herdenk.
Maar er is nog een andere reden. Herdenken is niet genoeg. We moeten ook proberen te begrijpen hoe dit kon gebeuren, en welke lessen we daaruit moeten trekken.
In april 2023 bezocht ik het Jüdische Museum Berlin. Een van de dingen die daar een diepe indruk op mij maakte was een opstelling die de titel ‘Katastrophe’ draagt. Het is anders dan je zou verwachten geen verzameling van afbeeldingen of voorwerpen uit de concentratie- of vernietigingskampen die de verwoesting van 6 miljoen mensenlevens laat zien.
Wat het wel is, is afgedrukt op grote doeken hangend aan het plafond alle honderden tussen 1933 en 1945 in Duitsland uitgevaardigde decreten en maatregelen tegen Joden.
Om U een idee te geven, direct nadat de nazi’s in maart 1933 aan de macht komen:
Maart 1933 : In Berlijn worden joodse dokters geschorst, concentratiekamp Dachau wordt geopend als ‘prototype’ en opleidingskamp
April 1933 : Het aantal Joodse studenten op openbare scholen wordt beperkt
Koosjer slachten wordt verboden
Joodse ambtenaren worden massaal ontslagen
Juli 1933 : Joden raken hun Duits staatsburgerschap kwijt
Zo snel escaleerde de situatie, door kleine stapjes kennelijk volledig acceptabel.
En wat deed de Nederlandse regering? Die probeerde de diplomatieke en economische relaties met Duitsland niet in gevaar te brengen en beschouwde de Jodenvervolging als een interne Duitse aangelegenheid. Na de Duitse bezetting zien we in Nederland exact hetzelfde, dezelfde maatregelen, in bijna dezelfde volgorde. Antisemitisme en andere vormen van discriminatie worden genormaliseerd en geïnstitutionaliseerd. En wat deed de Nederlandse bevolking? Sommigen verzetten zich, velen keken weg – het gaat toch niet over ons -, en te veel deden mee – weg met die “vreemden” -.
De eindeloze rij doeken met saaie droge ambtelijke wetsteksten maakt helder zichtbaar hoe een catastrofe je niet overvalt, maar hoe het je in plaats daarvan stapje voor stapje omwikkelt, inpakt, overmand. We lijken opnieuw in deze fuik te lopen, waarin uitsluiting op grond afkomst, geloof, geaardheid, overtuiging of ander kenmerk stap voor stap weer normaal wordt.
We nodigen iemand niet meer uit omdat hij ‘zionist’ is, zonder ons af te vragen wat dat betekent, we wijzen een sollicitant af om haar hoofddoek zonder te vragen wat ze kan, we houden iemand staande om zijn huidskleur, we zetten hele groepen andersdenkenden weg als fascist zonder grond of onderscheid. We kennen elkaar niet, we praten niet meer met elkaar, we verliezen elkaar.
Het ultieme gevaar daarvan is wat Rohingyas, Oeigoeren, Joden, Gazanen, Jezidi’s en zoveel andere groepen ervaren, namelijk dat als mensen elkaar niet als mens zien, dat dan mensenrechten én mensenlevens geen betekenis meer hebben. Dat is de les die de Holocaust ons had moeten leren, ons kan leren.
In de wereld waarin we leven kunnen mensen – online en soms ook in het echt – de meest absurde onzin en haat verspreiden. De Holocaust wordt ontkend, het bestaan van de crematoria in twijfel getrokken. In het onderwijs verdwijnt de Holocaust soms uit de klaslokalen: ‘te ingewikkeld’, ‘te gevoelig’, of simpelweg ‘te lang geleden’.
Juist daarom is het zo belangrijk dat u hier bent, om te herdenken wat toen gebeurde, en ook om te bedenken hoe moeilijk het is om elkaar als mens te blijven zien, om te bedenken hoe klein een catastrofe begint, om te bedenken hoe belangrijk het is om de les van de holocaust door te geven aan onze kinderen.
Ik wil afsluiten door de beroemde Engelse rabbijn Jonathan Sacks aan te halen. Hij citeert in zijn commentaar op parasjah Noah een beroemde rabbijnse uitspraak: “Wanneer een mens veel munten slaat met dezelfde vorm zijn ze allemaal hetzelfde. God maakt ons allemaal met dezelfde vorm, naar hetzelfde beeld, naar zijn gelijkenis, maar we zijn allemaal anders”.
Sacks roept op om de volgende keer dat we iemand ontmoeten die anders is dan wij, dat verschil niet te zien als een bedreiging, maar als een geschenk dat de horizon verruimt en nieuwe mogelijkheden biedt. En volgens mij is dat nu onze opdracht.