Israëlitisch Oude Mannen en Vrouwenhuis
Sinds het midden van de 19e eeuw bestond er in Gouda een Joods bejaardentehuis. Het Joodse Armbestuur ging in 1841 een huis in de Groenendaal huren, voorlopig voor drie personen.
In 1848 werd een eigen huis betrokken aan de Turfmarkt. Omdat er meer en meer aanvragen van buiten Gouda voor dit 'Israëlitisch Armhuis' kwamen, werd in 1855 een groter huis aan de Turfmarkt gekocht; hier werd het 'Israëlitisch Oude Mannen- en Vrouwenhuis' gevestigd.
In 1893 werd weer een groter pand aan de Oosthaven - huidige nummering 31 - aangekocht. Op 5 juni 1894 werd het huis geopend en in gebruik genomen door dertien bewoners. Het kreeg de naam 'Centraal Israëlietisch Oude Mannen- en Vrouwenhuis voor Nederland en de Koloniën'.
Het gebouw aan de Oosthaven, 1910
Metaheerhuis
Achter in de tuin werd het metaheerhuis (1899) gebouwd. In dit, in het Hebreeuws: Bet Tohorah, Huis der Reiniging, werden de overledenen met het oog op de ontmoeting met de Eeuwige ritueel gewassen en werden de gebeden gezegd.
Metaheerhuis, 2007
Centraal Tehuis
In 1917 kreeg het tehuis een nieuwe vleugel, terwijl het in 1932 van binnen geheel werd gemoderniseerd. Het kon toen plaats bieden aan zo'n vijftig bejaarden en ging 'Centraal Tehuis voor Israëlieten in Nederland' heten, kortweg CeTIN.
Het einde
Onder de Duitse bezetter kwam de catastrofe. Op vrijdag 9 april 1943 werden de bewoners en personeelsleden weggevoerd naar Westerbork. Met uitzondering van de directrice zijn zij korte tijd later in het vernietigingskamp Sobibor in Polen om het leven gebracht.
Oosthaven 31 met Duitse vlag, 1943 of '44
Nieuwe bestemming
Na de oorlog bood het pand vanaf 1947 tijdelijk onderdak aan de gemeente Gouda vanwege de restauratie van het stadhuis. In 1953 werd het door het Armbestuur van de Joodse gemeente verkocht aan de plaatselijke Nederlandse hervormde gemeente, en ging het de naam 'De Haven' dragen.
In 1989 kwam het gebouw in bezit van de Stichting tot Behoud van het Gebouw De Haven. Deze stichting liet een grondige restauratie en renovatie uitvoeren, waarna het monumentale pand ging functioneren in het kader van begeleid wonen. Tegelijk met het gebouw werd ook het voormalig Metaheerhuis gerestaureerd.

Gebouw De Haven met links de toegangspoort naar het Metaheerhuis, 2007
Gedenkplaats
Het voormalig Metaheerhuis werd ingericht als sobere gedenkplaats voor alle in de oorlogsjaren omgebrachte Joden uit Gouda. Mevrouw S.R. Meijer-Teixeira de Mattos (1906-1997), de laatste directrice van het Joods tehuis, verrichtte op vrijdag 17 juni 1994 de opening. De in 1995 opgerichte Stichting Gouds Metaheerhuis treedt op als huurder en beheerder.
Opening van de gedenkplaats door mevrouw Meijer-Teixeira de Mattos (r.), 17 juni 1994
Rijksmonument
Gebouw De Haven en het Metaheerhuis werden in 2000 beide aangewezen als rijksmonument.
De Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed noemt Oosthaven 31 "van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een monumentaal herenhuis uit het derde kwart van de 19de eeuw met een voor de bouwtijd kenmerkende Eclectische stijl" en "wegens cultuurhistorische waarde door zijn oorspronkelijke functie als herenhuis voor een zeepzieder, dat nadien als 'Joodsch Rusthuis' heeft gefungeerd." "Stedebouwkundig is het pand van algemeen belang vanwege de ensemblewaarde als één van de meer monumentale 19de-eeuwse herenhuizen langs één van de voornaamste grachten in de binnenstad."
Het voormalig Metaheerhuis is volgens de Rijksdienst van "zeer hoge cultuurhistorische waarde". Het is "van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde door zijn oorspronkelijke functie als goed voorbeeld van een lijkenhuisje uit het eind van de 19de eeuw in een rijk gedetailleerde Traditioneel-Ambachtelijke bouwtrant. Het herinnert aan de periode dat in het bijbehorende herenhuis een 'Joodsch Rusthuis' was gevestigd. Het is derhalve van belang vanwege de historische-ruimtelijke relatie met het huis."
De desbetreffende rapporten zijn in te zien op de site van KennisInfrastructuur CultuurHistorie (KICH), www.kich.nl; zie resp. Rijksmonumentnr: 517608 en Rijksmonumentnr: 517609.