Gedenkplaats Joodse stadgenoten 1940-1945



Herdenking Holocaust bij het Metaheerhuis

Maandag 27 januari 2020 was het 75 jaar geleden dat het concentratiekamp Auschwitz door het Russische leger werd bevrijd. Wereldwijd worden op 27 januari de slachtoffers van de Holocaust herdacht. In Gouda organiseerde de Stichting Gouds Metaheerhuis in samenwerking met Libertum een intieme ceremonie bij het Metaheerhuis.


Programma

- Welkom Anke Huisman, Stichting Gouds Metaheerhuis
- Toespraak burgemeester Pieter Verhoeve
- Noemen tien namen Soesja Citroen
- Toespraak en voordracht Ruud Broekhuizen, voormalig stadsdichter
- Toespraak en Kaddisj Donald Pagrach, Stichting Gouds Metaheerhuis

Bij een bezoek aan een Joodse begraafplaats is het gebruikelijk een steentje neer te leggen bij het graf dat is bezocht. Na afloop van de ceremonie werden steentjes uitgedeeld om neer te leggen bij de 56 Stolpersteine die voor het voormalig Joods bejaardencentrum in de stoep zijn geplaatst. De Stolpersteine vormen een soort graf voor deze mensen die nooit een graf hebben gehad.


'Bij ons in Auschwitz'
Toespraak door burgemeester Pieter Verhoeve

Op 27 januari 1944 werd Auschwitz bevrijd. Een fabriek waar systematisch 1,1 miljoen Joden zijn vermoord. Een moordfabriek. Voor het vergassen van de slachtoffers, werden ze kaalgeschoren. Toen ik Auschwitz bezocht, heb ik het gezien. Honderden bossen haar, alsof ze net naar de kapper werden geweest. De Duitsers maakten er tentdoek van. Een moordfabriek met mensen als grondstof. 'Bij de Pruissische Munt hielden tientallen Berlijners zich bezig met het omsmelten van gouden kiezen' schrijft Geert Mak in 'In Europa' (blz. 536).

1.100.000 mensen. Waren het er exact zoveel?

W. Szymborska dichtte erover:

De geschiedenis rondt skeletten af naar nul
Duizend en een is nog altijd duizend
Het is alsof dat ene nooit heeft geleefd

Auschwitz. Met Duitse precisie kwamen de treinen aan. Stipt op tijd. Voor de treinkaartjes van de NS en de DB hadden de Joden zelf betaald. Niets wees bij aankomst op hun lot. Er stonden vriendelijke barakken, met gordijntjes en geraniums.

De moeder van de schrijver Arnon Grunberg zat ook in zo'n trein. Met haar eigen moeder. Wanneer je links uitstapte, werd je direct vergast. Wanneer je naar rechts liep, mocht je gaan werken in het arbeidskamp. Of andersom. De tragiek van het toeval.

Toevallig was het niet dat in het Poolse stadje Oswiecim zoveel Joden omkwamen. Het was een geplande massamoord. Het stuk voor stuk doodschieten van Joden door middel van een nekschot duurde te lang. Het kostte te veel moraal, drank en drugs om de leden van de Einsatzgruppen. In 1942 werd in een villa in de buurt van Berlijn, aan de Wanssee, besloten tot een 'Eindoplossing'.

'Zullen we ze steriliseren?'
'Nee, ook dat duurt te lang.'
'Met vergassing en verbranding kunnen duizenden eenheden per dag worden verwerkt'.

Aldus geschiedde. De helft van de deelnemers aan deze conferentie was overigens gepromoveerd of zelfs hoogleraar.

Zo werden ook in Gouda Joodse burgers opgeroepen zich te melden op het station. Uiteraard werkten de NSB-burgemeester en de plaatselijke politie mee. Binnen een paar jaar werden 388 jongens en meiden, mannen en vrouwen, opa's en oma's afgevoerd en vermoord. Het is goed dat premier Rutte gisteren excuses aanbood voor het feit dat ook de Nederlandse autoriteiten deze praktijken uitvoerden. Dat geldt evenzo de Goudse autoriteiten van toen. Met als gevolg dat mensen van hier massaal werden vermoord.

Zoals Herbert Asch, 26 jaar was deze Gouwenaar toen hij in Auschwitz stierf. Met eer noem ik Edith Roseij Beek. Ze werd niet ouder dan negen toen ze nietsvermoedend uitstapte op het perron van Auschwitz. Als deze demonische vernietiging niet was ingezet, was ze nu rond de 86 jaar geweest en gewoon een inwoonster van de Hanepraaij. Onschuldig omgebracht op negenjarige leeftijd. Letterlijk onbeschrijfelijk.

Voor hen was er geen metaheerhuis, waar ze ritueel gereinigd konden worden. Voor hen was er geen graf. Voor hen leggen we straks een steen.

Is de Holocaust iets van toen? Is de Jodenhaat voorbij?
Nee. Het kwade is ook in ons nabij. Het uitsluiten van anderen gebeurt ook vandaag volop. De daders van de Holocaust waren keurige burgermensen. Zo was er een visvereniging uit Oostenrijk. Ze spaarden ieder jaar voor een teamuitje. 'Zullen we niet eens een keer naar een concentratiekamp gaan?' Ze vroegen toestemming aan Berlijn en kregen toestemming. Ze kleedden zich om. Hebben een week lang Joden, homo's en zigeuners afgepeigerd. De vrijdag daarop waren ze terug en visten ze weer.

Ook nu zijn er Joodse Gouwenaars die lastiggevallen worden. In december 2019 verscheen een aangrijpend interview met David en Miriam uit Gouda in 'Joods Nu'. David is in 2016 zwaar mishandeld en uitgescholden terwijl hij een Gouds café bezocht. De daders zijn in hoger beroep vrijgesproken. De verbrijzelde heup en het bebloede gezicht zijn genezen. De geestelijke wond schrijnt.

Mag ik u oproepen elkaar lief te hebben? Zoals in de Psalmen staat, het liedboek van Israƫl. 'Wijk af van het kwaad, doe het goede, zoek de vrede en jaag die na.' Hoe kun je totalitaire ideologie voorkomen? Filosofe Hanna Arendt: 'Ga op visite bij de gedachten van anderen. Koester diversiteit.'

Nog eenmaal naar de familie van Arnon Grunberg. Huiveringwekkend beschreven in 'Bij ons in Auschwitz.' Hij las het zelf voor in radioprogramma De Taalstaat van afgelopen zaterdag. De schrijver laat zijn moeder aan het woord. Ik parafraseer:

'Mama was links uitgestapt. Ik rechts. Ik was zeventien jaar en vroeg of ik naar mijn moeder mocht. 'Nein' zei de kampbewaarder. Mijn moeder liep weg. Het zou de laatste keer zijn dat ik ze zag. Mama was 41 jaar toen ze vergast werd.'


Pak een steen en blijf vertellen
Toespraak en voordracht door voormalig stadsdichter Ruud Broekhuizen

Het verhaal van Abraham dat ik tijdens mijn theaterprogramma vertel is het verhaal van een man die ik ontmoet in het bos waar hij zijn eigen monument heeft opgericht. Een monument voor de vrouw met wie hij op 10 mei 1940 zou gaan trouwen, maar door het uitbreken van de oorlog op die dag kwam het nooit tot een huwelijk. Sterker nog, de aanstaande vrouw van Abraham, Golda, zou de oorlog niet overleven. Abraham wel. En al 80 jaar lang komt Abraham naar zijn monument in het bos, naar de plek waar ze zouden gaan trouwen. Om aan zijn Golda te denken.

Ik tref hem daar op een moment dat Abraham uit frustratie tegen de bomen in het bos staat te schoppen en de frustratie uitschreeuwt. Die frustratie deed Donald denken aan het verdriet van zijn eigen vader die zich al die tijd afvroeg: waarom heb ik de oorlog overleefd en zoveel anderen niet.
En daarmee staat het verhaal van Abraham voor het verhaal van zoveel Joodse mensen. Hij draagt niet voor niets deze naam.

Abraham probeert na de oorlog zijn leven weer op te bouwen. Probeert ook weer de liefde te vinden, maar trouwen met de zus van Golda, omdat zij zijn verhaal zo goed kent en 'ach het is een mooie lieve vrouw', is niet genoeg voor een leven lang bestendige liefde. Het is het verhaal van zoveel Joodse mensen die na de oorlog hebben gezocht naar wat liefde is als je geschiedenis wordt getekend door de ultieme haat. Te worden gehaat om wie je bent. Om hoe je bent geboren.

Abraham probeert de geschiedenis nog enig recht te doen. Hij gaat rechten studeren, de advocatuur in, en probeert iedereen die heeft bijgedragen aan de dood van zijn Golda te vervolgen en te laten boeten. Maar hij ontdekt dat een leven geleidt door wraak en haat zo in zijn lichaam gaat zitten dat hij er letterlijk ziek van wordt. Want een oorlog is niet recht te zetten door er zelf een te voeren. Hij komt tot het inzicht dat het misschien anders kan: hij trekt langs scholen om daar voorlichting te geven over Jodenhaat, Jodenvervolging, antisemitisme en vreemdelingenhaat. Dat wordt de missie voor de rest van zijn leven.

In mijn theaterprogramma staat ook een persoonlijke zoektocht centraal: hoe ik dingen in mijn eigen leven bespreekbaar kan maken, van meer denken naar voelen, van uitspreken wat je voelt naar je omgeving, naar je kinderen, naar je geliefde. En hoe ik daar soms in vastloop, dingen opkrop en binnen houd. Noem het de zoektocht naar het onuitgesprokene.

Twee jaar geleden was in Amsterdam de tentoonstelling 'Samen weer aan tafel' te zien. Van de 25.000 intacte Nederlands Joodse gezinnen voor de oorlog, waren er na 1945 nog zo'n zeshonderd over. Die zaten na de oorlog weer gewoon samen aan tafel. Maar tussen hen zaten de overleden familieleden. De ooms, tantes, neefjes en nichtjes die de oorlog niet overleefden. Maar daar werd, zo zegt de initiatiefnemer van de tentoonstelling, bijna nooit over gesproken. Uit angst en om die oorlog niet telkens te herbeleven.

Welk leed gaat er wel niet schuil achter het onuitgesprokene? Het onaangeraakte. Het onverwerkte.

En het gebeurt nog steeds. In de oorlogen die we nu voeren. In mijn theaterstuk zit het gedicht Man van Glas, over een militair die uit Afghanistan terugkeert naar huis, maar aan zijn vrienden, vrouw, kinderen niet kan uitleggen wat hij heeft meegemaakt. Wat hij heeft gezien, gevoeld, geroken. Hij zwijgt, verlaat het huis en gaat aan de drank. Om uiteindelijk toch de keuze te maken om zijn geliefde alles te vertellen.

Ik ga geen leed, geen beelden, geen geschiedenis met elkaar vergelijken. Maar wat voor iedereen gelijk is, is dat je in je omgeving iemand moet vinden waar je kunt vertellen. Waar je je verhaal kunt delen. Waar je kunt schreeuwen, huilen, janken, lachen. En dat er iemand is om te luisteren. Om daarna weer door te kunnen gaan. In de hoop dat het beter gaat.
En in de hoop natuurlijk dat het nooit meer gebeurt.
Dat we leren van de geschiedenis.

De frustratie van Abraham die ik zie als ik hem ontmoet, is de frustratie van het nu: ondanks zijn voorlichting op scholen lijkt er nog maar weinig veranderd.
In 1938 waren er honderdduizenden Joden op de vlucht in Europa. In Frankrijk werd dat jaar voor het eerst een Europese top gehouden. Bijna alle Europese landen verzamelden zich in Evian, en daar werd de vraag gesteld wie deze Joodse vluchtelingen zou opvangen. Geen enkel Europees land stak zijn vinger op. De argumenten van de landen om dat niet te doen:
- 'Ze zijn een bedreiging voor onze cultuur, voor onze normen en waarden en bedreigen zo de saamhorigheid van onze samenleving.'
- 'Je weet niet wat je in huis haalt, misschien zitten er criminelen tussen.'
- 'Straks stelen ze onze banen, pikken ze onze huizen in.'
- 'Er gaat een aanzuigende werking vanuit: laat je er één binnen dan willen ze allemaal van ons profiteren.'

Het zijn dezelfde argumenten die wij, 82 jaar later, gebruiken om de vluchtelingen vanuit Syrië, Afghanistan, Eritrea de toegang ontzeggen tot het Westen. En ze met tienduizenden in erbarmelijke omstandigheden in kampen in Bosnië, Servië, Slovenië, Bulgarije, Griekenland laten zitten.
Het zijn dezelfde reflexen, dezelfde denkpatronen, dezelfde angsten.

En daarom moeten we het blijven zeggen. Tegen elkaar. Aan de keukentafel, in de raadszaal, in de Tweede Kamer, waar dan ook.
Maar vooral tegen elkaar.

Pak een steen en blijf vertellen
Hoe gemakkelijk licht weer donker wordt
Als we een mens blijven verstoten
Omdat we denken dat hij er niet bij hoort

Pak een steen en kijk mij in de ogen
Met deze steen laat ik je zien
Dat ieder steentje een mens is
En ieder mens een steentje bovendien

En als we met zoveel stenen zijn
Zijn we met z'n allen in staat
Om te bouwen aan een toekomst
Een toekomst zonder haat


Herdenken van de doden, waarom doen we dat eigenlijk?
Toespraak door Donald Pagrach, bestuursvoorzitter Stichting Gouds Metaheerhuis

Herdenken van de doden, waarom doen we dat eigenlijk? Wat doet het met je als je op 4 mei twee minuten stil bent? Denk je dan aan de doden van de Tweede Wereldoorlog? Of denk je aan je eigen familie, hoeveel er van hen zijn omgekomen of vermoord? Maar wát denk je dan? Ach wat vreselijk, ach wat erg, al die dode mensen? Misschien een beetje... maar we herdenken toch ook de doden van de Tachtigjarige Oorlog niet meer? Waarom trekt het dan toch nog steeds zoveel mensen, en lijkt het wel of er elk jaar meer en meer mensen aan mee doen?

We blijven het - terecht - doen zolang er nog mensen leven die familieleden en vrienden in de oorlog hebben verloren. Maar daarna, daarná, moeten we dan niet eens gaan bedenken waarom we nog steeds herdenken? Heeft herdenken misschien in de loop der jaren andere betekenissen gekregen?

Direct na de oorlog was het herdenken vooral gericht op de ruim 55 miljoen doden, het trieste resultaat van de Tweede Wereldoorlog. In de afgelopen 75 jaar kwam er langzaam maar zeker een begrip bij, gédenken. Wat hebben deze slachtoffers voor ons betekend? Wat hebben ze ons gebracht? Zouden we al 75 jaar vrede hebben als dat allemaal niet gebeurd zou zijn? Zouden we nu ook een verenigd Europa hebben, en/of de Verenigde Naties? Wat denk je van de universele rechten van de mens, het Internationaal Strafhof en nog vele andere instituten, zouden die er zonder die vermaledijde oorlog ook zijn geweest? Zou er een staat Israël in 1948 opgericht zijn als er geen zes miljoen Joden waren vermoord?

Ja, hoe raar het ook moge klinken, de Tweede Wereldoorlog heeft ons ook veel goeds gebracht. Laten we de 55 miljoen doden in dankbaarheid gedenken voor wat ze ons gebracht hebben. Het begrip gedenken krijgt hierdoor nu, 75 jaar na de oorlog, naast herdenken langzaam maar zeker een gelijkwaardige plaats.

Maar met de zin 'Nooit meer Auschwitz' is ook ruimte gecreëerd voor de derde betekenis: bédenken. Want 'Nooit meer Auschwitz' is een lege, nutteloze, totaal overbodige zin als we die alleen maar uitspreken op de gepaste momenten, op vaste locaties, op bepaalde dagen in het jaar. Op 4 mei herdenken en gedenken we, en bedenken we 'dit nooit weer'. Maar wat doen we ná die twee minuten stilte?

Laten we met z'n allen onze schouders eronder zetten en samen bedenken wat we eraan doen en gaan doen om dit soort rampen nooit meer te laten gebeuren. Wat doen we er met z'n allen écht aan om dat inderdaad nooit weer te laten gebeuren? Vertellen we onze kinderen, zowel thuis als op school, wat het betekent als een mens een ander mens geweld aandoet? Hoe kunnen we door het jaar heen dit blijvend voor hen zichtbaar maken, en hen zelf laten bedenken wat de gevolgen zijn van onrecht, discriminatie en misdaden begaan dóór mensen tégen mensen? Hoe kunnen we het onze jeugd zodanig duidelijk maken dat ze zich realiseert dat het pesten van medeleerlingen, vriendjes en vriendinnetjes weleens het begin zou kunnen zijn van zo'n ramp?

Met name het dóór mensen tégen mensen verdient veel meer, zo niet alle aandacht. Zodat de kinderen die nu op school zitten zich, ongeacht hun afkomst, opleiding of religie, meer bewust worden dat oorlogvoering en misdaden tegen de menselijkheid altijd ménsenwerk zijn geweest.

Op een van de scholen waar ik verhalen over de Tweede Wereldoorlog vertel, schreef een meisje van elf op een briefje aan mij de volgende tekst: "Oorlog begint aan de buitenkant maar eindigt altijd aan de binnenkant". In een andere klas, het is 2016, zit een dertienjarig, in Nederland geboren meisje te huilen. Ze heeft Kroatische ouders, en heeft juist die morgen gehoord dat de beenderen van haar grootvader, die in 1993 door de Serviërs werd vermoord en die ze nooit heeft gekend, zijn geïdentificeerd. 23 jaar na die moord huilt een dertienjarig meisje om haar grootvader die ze alleen van foto's kent.

Dit nooit weer, dit nooit weer, dat moet de reden zijn van het herdenken - waarbij het gedenken van de slachtoffers een waardige plaats ernaast krijgt, en waarbij wij bedenken wat we er met z'n allen aan zullen doen om het nooit meer te laten gebeuren.


Stichting Gouds Metaheerhuis, info@goudsmetaheerhuis.nl
Libertum, info@libertum.nl




Metaheerhuis